Hoe peuters leren tellen (en spelletjes die daarbij helpen)

De meeste tweejarigen kunnen tot tien “tellen”, en bijna geen van hen weet wat ze eigenlijk doen. Ze zeggen een rijtje woorden op, als een liedje. Echt tellen, weten dat het laatste getal dat je zegt aangeeft hoeveel het er zijn, komt later en vraagt verrassend veel oefening. Het goede nieuws: het is leuke oefening, en het lukt het best gewoon tijdens het spelen.

De stappen onderweg

De telwoorden op volgorde zeggen. Eerst komt het rijtje zelf: één, twee, drie, vaak met een paar overgeslagen of dubbel. Liedjes en versjes helpen hier enorm.

Eén woord per ding. Daarna leren kinderen elk voorwerp één keer aan te wijzen en er één getal bij te zeggen. Peuters slaan er vaak een over of tellen hetzelfde speeltje twee keer. Elk ding aanraken of verplaatsen terwijl je telt, bijvoorbeeld door het in een doos te leggen, maakt één-op-één tellen een stuk makkelijker.

Het laatste getal is het antwoord. Dit is het grote idee. Onderzoekers ontdekten dat kinderen meestal een jaar of langer nodig hebben om te begrijpen dat als je “één, twee, drie” telt, die drie betekent dat het er drie zijn. Vraag je daarvoor “hoeveel?”, dan telt een kind vrolijk opnieuw in plaats van het totaal te noemen.

Kleine hoeveelheden in één oogopslag zien. De meeste kinderen zien al snel twee of drie dingen zonder te tellen. Stippenpatronen, zoals op een dobbelsteen, helpen ze om ook grotere hoeveelheden snel te herkennen.

Een getal maken, en optellen. Vraag je “geef me er vier”, dan moet een kind er precies vier aftellen en dan stoppen. Later komt “twee hier en nog één erbij, hoeveel nu?”, de eerste stap naar optellen.

Waarom het de moeite waard is

Vroege getalvaardigheden blijken ertoe te doen. Een grote studie die gegevens uit zes langlopende projecten combineerde, vond dat wat kinderen van rekenen wisten toen ze naar school gingen een van de sterkste voorspellers was van hun latere schoolprestaties, in rekenen én in lezen. Eenvoudig spelen met getallen helpt ook: in een studie met vier- en vijfjarigen verbeterde een lineair getallenbordspel, gespeeld in een paar korte sessies, verschillende getalvaardigheden tegelijk, en die vooruitgang was weken later nog te zien.

Daar zijn geen werkbladen voor nodig. Wel een ouder die vaak hardop dingen telt.

Telspelletjes voor elke dag

Zo doet Counting Critters het

Counting Critters op Tiny Hands Play volgt dezelfde stappen. Een vriendelijke walvis vraagt hoeveel dieren er in een bootje zitten. Bij elke tik verschijnt er een getal boven het dier en klinkt er een toon hoger, dus één tik is één dier is één getal, en het laatste getal is het antwoord. Latere niveaus gaan tot zeven en daarna tot tien (de twee rijen van vijf plaatsjes in de boot laten tien zien als twee keer vijf). Op sommige niveaus vraagt de walvis om een bepaald aantal dieren: je kind vult de boot en start de motor, en omdat er nergens een tussenstand staat, moet het zelf tellen en weten wanneer het genoeg is; tel je te ver door, dan sputtert de motor alleen even. Op de laatste niveaus komen er dieren bij aanzwemmen en springen er een paar in het water, dus dan wordt het erbij en eraf. Het spel heeft expres geen stem, zodat je in je eigen taal kunt meetellen. Bij een fout antwoord wordt de knop rood en schudt de walvis zijn hoofd, en er is geen timer.

Ook echt tellen

De beste teloefening is nog steeds zonder scherm: op de trap, bij het tussendoortje, in bad. Een spelletje is een leuke extra; samen de echte wereld tellen is waar het om draait.

Bronnen

Meer gidsen